MIAT: Een expo over kinderarbeid vroeger en nu

Het MIAT: Een expo over kinderarbeid vroeger en nu.

J’aime J’aime la vie… Ik was nog niet eens geboren toen Sandra Kim het Eurovisiesongfestival won. Desondanks kan ook ik het nummer meezingen en ja, ken ook ik het beeld van het meisje op het grote podium. Sandra Kim was op het moment dat ze zichzelf in het collectief geheugen zong nog niet eens 14 jaar. Is het kinderarbeid? Het is misschien niet direct een vraag die je zou verwachten. Kinderarbeid, is dat niet iets dat in ons land dateert van de scènes uit ‘Deans’? Of dat je enkel terug vindt in het ‘arme Zuiden’? Dat kinderarbeid in veel meer vormen voorkomt dan je zou denken en dat het volledige verhaal veel genuanceerder is, bewijzen ze in het MIAT. Want in het Museum over industrie, arbeid en textiel kan je momenteel naar de expo: ‘Made by childern: kinderarbeid vroeger en nu’.

Geheel toepasselijk wordt het MIAT gehuisvest in een voormalige katoenspinnerij. Bij binnenkomst in de tentoonstellingsruimte valt meteen een zekere huiselijkheid op. De ruimte is overzichtelijk en toegankelijk ingedeeld. Er wordt ingezet op interactie en het gebruik van multimedia waar mogelijk. Het is geen reuze tentoonstelling waar je bij binnenkomst al licht gaat panikeren over hoe je dat in godsnaam ooit allemaal moet bekijken. Veel eerder is ze beknopt. De nodige informatie wordt gegeven, maar het lijkt eerder de bedoeling te zijn om de bezoeker te laten nadenken.

De expo kan je beschouwen als twee grote gehelen. Het eerste deel, handelt vooral over de geschiedenis van kinderarbeid België. Kinderarbeid bestaat al eeuwen. De perceptie over wat arbeid precies is en zelfs de definitie van een kind evalueert doorheen tijd en plaats. Maar langsheen historische objecten, beelden en grafieken word je meegenomen doorheen visies en discussies die er waren over kinderen en arbeid.

Ik ben opgegroeid in een tijd waar het normaal is dat ik tot 18 jaar, minstens, als kind beschouwd word. Een tijd waar je ook tot die leeftijd op de schoolbanken hoort te zitten. Het begrip kind en welke rechten het kind heeft zijn echter nog lang niet zo oud. De leerplicht die we vandaag kennen, is nog maar een honderdtal jaar van kracht. Al werd de leeftijdsgrens doorheen de jaren verhoogd en was die wet nog lang na haar invoeren eerder dode letter. ‘Kinderen moeten naar school’ is immers makkelijker gezegd dan gedaan als een gezin amper de eindjes aan elkaar kan knopen. Vooral de gesproken fragmenten van betogen die rond de eeuwwisseling werden gevoerd in het parlement en het doosje met kopietjes van de brieven die ouders schreven naar de directie om uit te leggen dat hun zoon/dochter niet op de schoolbanken zou zitten, maar zou werken om de familie te helpen onderhouden, maakten het meeste indruk in dit deel.

Het tweede deel van de expo, daar ontmoet je onder andere Norbertine, Momena en Pieter. Echte kinderen: stuk voor stuk met hun eigen verhaal en visie op hun jeugd waar het thema kinderarbeid aan bod komt. Opnieuw is het een mix van informatie via panelen met tekst, geluidsfragmenten, foto’s en objecten. Elk kind krijgt zijn eigen hoekje. Er worden geen ellelange levenslopen en visies weergegeven, maar alle nodige informatie is wel aanwezig om in het verhaal mee te stappen.

Zo ontmoet je Juliana, geboren in 1901, die aan het cliché beeld dat we hebben over kinderarbeid voldoet: werkend in de Gantoise, een vlasfabriek. Er is een beeldfragment daterend van eind jaren ’70 waar Juliana zelf vertelt over haar jeugd en leven, je kan er de typische geur van de vlasfabrieken, ruiken en er zijn ook enkele historische afbeeldingen. Bovendien hebben ze bij het MIAT er ook onmiddellijk gebruik van gemaakt om via Juliana haar verhaal wat meer duiding te geven bij het beeld van de vlasarbeiders en arbeidsters.

Dan is er ook nog Charles, een jongen van 13 uit de Democratische Republiek Congo. Zijn vader is mijnwerker in één van de vele mijnen waar mineralen en ertsen worden gewonnen. Om als gezin voldoende geld te hebben voor voedsel en school, helpt Charles op vrije middagen en zijn vakanties in diezelfde mijnen. Koper, goud en kobalt zijn maar enkele metalen waar de handelaars in geïnteresseerd zijn. Die metalen worden vervolgens verwerkt in onder andere smartphones. Direct wordt er ook de maatschappelijke vraag gesteld: moeten producenten van die eindgoederen niet beter controleren of de grondstoffen wel ethisch verantwoord gewonnen worden?

Je maakt echter ook kennis met andere verhalen zoals een jongen die thuis in de fruitteelt hielp en daar eigenlijk helemaal geen probleem mee had. Thuis een handje toesteken door bakjes klaar te zetten of mee op de ladders te kruipen, zag hij als jongere niet als kinderarbeid. Of de jongen die in de Waalse mijnen werkte, er zijn vrouw ontmoette en zich vervolgens zou inzetten voor het verwerven van rechten voor de mijnwerkers. Elk verhaal belicht een ander aspect van kinderarbeid en bij sommige verhalen moet je wel even slikken. Het is eigenlijk allemaal nog niet zo lang geleden. Bovendien hebben we in onze westerse maatschappij nogal veel goederen: smartphones, laptops, leren voetballen, koffie,… waar we misschien niet eens van beseffen dat ooit kinderhanden een radartje in het hele netwerk waren om ze van grondstof tot verwerkt product bij ons te krijgen. Of het verhaal van Sandra Kim, een kind van 14 dat plots mee moest in de grote mensenwereld.

Het is zeker geen heel grote of lange tentoonstelling. Op een kleine twee uur ben je zeker rond als je grondig elk verhaal meepikt. De sterkte ligt vooral in het persoonlijke gedeelte waar acht kinderen hun verhaal vertellen. Waar je als bezoeker onvermijdelijk het meest gaat bij nadenken eenmaal de statistieken een gezicht hebben gekregen.